Nieuws
Zeven miserabele returns
Bron: De Standaard, 14 september 2009
Auteur: Emiel Van Broekhoven
Voor mij liggen de returns van de Europese, Amerikaanse en wereldbeurzen van de jongste veertien jaar, ze gaan van begin 1996 tot half 2009. Geen vrolijk gezicht. De Eurostoxx50 haalde een jaarlijks gemiddeld rendement van 3,11% zonder en 5,56% inclusief dividenden. De Nasdaq en de S&P500 (in dollar) haalden 3,78% en 2,52% zonder dividenden. De wereldindex MSCI World haalde gemiddeld 0,96% inclusief dividenden. De Bel20 zonder dividend haalde 1,5% en met dividend 5,02%. Daarvan moet je dan, ruwweg, nog 2% inflatie aftrekken. Na beheerskosten en belastingen schiet er niet veel koopkrachtaangroei over voor de gemiddelde belegger.
De ervaring blijft dus helemaal achter op de gemiddelde verwachting, die met een 'natuurlijke return' rekent van ongeveer 10% voor aandelen en 5% voor obligaties.
Nog wat returns betreft stond de wereld de jongste vijf jaar op haar kop. Over die periode haalden Amerikaanse obligaties een return van 6,2% per jaar, terwijl de S&P500 daalde met 4,8% per jaar. Ook over de laatste tien jaar waren de returns in het voordeel van obligaties. In de voorbije decaden is het (gemiddeld genomen) voordeliger geweest om een obligatie- dan een aandeelhouder te zijn geweest.
'Fondsen en Sicavs' van Test-Aankoop geeft een interessant overzicht van de in België meest gevolgde pensioenspaarfondsen en beleggingsfondsen van aandelen en obligaties, index-trackers, en tak-23-producten. De fondsen werden gegroepeerd in nuttige categorieën, zoals 'Aandelen wereldwijd', 'Obligaties Euro', en dan verder onderverdeeld volgens regio's en sectoren. Men kan er de rendementen op1, 3 en 5jaar tussen de verschillende fondsen vergelijken. Men vindt er ook informatie over de aankoop- en beheerskosten. Een aanbevelenswaardige publicatie, zij het dat vele privébeleggers er niet bepaald maandelijks behoefte aan hebben.
We waren benieuwd of er wellicht beheerders van aandeelfondsen zijn die de slachting van het voorbije jaar beter overleefd hebben? Feitelijk niet. De meeste fondsen halen negatieve resultaten op één, drie en vele zelfs op vijf jaar. Er is er één dat opvallend beter presteert, namelijk Carmignac Investissement, in de categorie “Wereldwijd,, dat minder dan -10% verlies leed. Al de andere hebben vergelijkbare returns van tussen -20% en -50%. Ook bij de gemengde fondsen (40% tot 60% mix van aandelen en obligaties) komt een fonds van Carmignac zelfs positief naar voor. Dus allen daarheen? Met alle ontzag voor de prestatie van het winnende fonds, dient erbij gezegd dat Carmignac ook een aantal grote aandelenfondsen en gemengde fondsen heeft die het helemaal niet beter hebben gedaan dan de andere.
In feite vond men de minst slechte prestaties bij de aandelenfondsen nog altijd in de Aziatische markt. Daar hebben de helft van de fondsen een verlies van minder dan -10%. Aandelenfondsen van de Chinese markt in het bijzonder zetten soms positieve resultaten neer, maar toch minder dan 5% op 1jaar.
Positieve resultaten vindt men vooral bij Internationale Obligatiefondsen over het voorbije jaar, veel minder bij Europese obligaties. Het is duidelijk dat staatsobligaties hun reputatie van stabiliserend deel van het vermogen gestand bleven. Bij hoogrentende bedrijfsobligaties vond men vaak negatieve resultaten, die wijzen op het hoog risicogehalte van deze categorie die er recentelijk bijzonder aantrekkelijk uitzag. Opvallend bij obligaties is ook een naam die met heel negatieve returns bij vele categorieën naar voor komt, namelijk Petercam. Zij hebben bij hun klanten heel wat goed te maken.
Nu de aandelenmarkten na het dieptepunt in maart van dit jaar als een raket, op zelden geziene wijze, gestegen zijn -met dank aan mijnheer Bernanke- kunnen we ons afvragen wat de rest van dit jaar ons zal brengen.
14 september 2009

