Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Waarom heeft Warren Buffett zoveel fans?

Nieuwsbrief mei 2008

Op 3 mei 2008 zakten 30.000 aandeelhouders van Berkshire Hathaway af naar Omaha, Nebraska. Ik was er voor de derde keer bij.

Het overdekte stadium van Omaha doet denken aan het Antwerps Sportpaleis, maar dan veel groter. Toch is het al te klein geworden voor de opgekomen menigte, want enkele honderden moesten in zalen in de buurt worden ondergebracht. De jaarvergadering is voor een stuk groot feest, voor een ander deel intellectuele uitdaging.
Wat brengt toch zoveel mensen op de been? Je moet er de tocht naar het verre Omaha voor over hebben. Alle logementen zitten bomvol, ze zijn al lang gereserveerd. Dus ligt je hotel mijlen ver verwijderd van Omaha. Gevolg: je moet aartsvroeg opstaan om tegen 7u 's morgens aan te schuiven aan de nog gesloten deuren. Alleen op die manier kun je een degelijk zitplaatsje in de kuip bemachtigen. De meeting begint pas tegen 9u. Je kan de tijd doden met het eten van koffiekoeken en het slurpen van koffie, en je kan kijken naar de filmpjes waarop Warren Buffett en Charlie Munger de draak steken met zichzelf. Terloops brengen die filmpjes je ook op de hoogte over de vele nieuwe ontwikkelingen die zich afspelen in de verschillende bedrijven van de Berkshire holding.
Het officiële gedeelte is vlug afgehandeld want de meeste punten werden reeds ter schriftelijke stemming aan de aandeelhouders voorgelegd. Zo is er ruim tijd voor de vele vragen van de aandeelhouders. Buffett en Munger zitten op een verhoog in het midden van de immense zaal. In het vak voor hen zitten de bestuurders, zowel van Berkshire als van de vele bedrijven die de substantie van Berkshire uitmaken. Je ziet er ondermeer Bill Gates, zijn vrouw Melinda en de kinderen van Buffett.
Tegen 9u30 beginnen de vragen van de deelnemers, en behalve voor een korte hamburgerpauze, gaat het vraag- en antwoordspel door tot rond 16u. Elke vraagsteller heeft recht op één vraag, en Buffett en Munger beantwoorden ze de ene na de andere. Punten uit het jaarverslag komen aan bod, maar ook alle mogelijke onderdelen van beleggen en economie.

Waarom hebben Buffett en Munger zoveel fans? Het antwoord is simpel: omdat zij zoveel gewone mensen miljonair hebben gemaakt. En dat nog steeds doen. Over de jongste tien jaar haalden ze een return van 14,4%. Dat betekent dat je inzet op die periode  nagenoeg verviervoudigd wordt. Heel veel mensen zijn echter al... 42 jaar aandeelhouder en over die langere periode was de return 21,6%. Eén dollar groeide zo tot 3.692 dollar. Is Buffett de rijkste man ter wereld, dan zijn vele aandeelhouders de rijkste van hun familie of van hun dorp.

Op 4 april verscheen in De Tijd een artikel van de bekende Engelse fiscalist John Kay, met de ietwat intrigerende titel "Buffett de manager klopt Buffett de belegger". Met ‘Buffett de manager' bedoelt de auteur de structuur van beleggen, via de holding Berkshire Hathaway die geen beheersvergoeding of performance fee geeft aan de manager. Met de ‘belegger' bedoelt Kay het zuivere beleggingsresultaat van Buffett, dus 21,6%, te vergelijken met 10,3% voor de brede markt van de S&P500.

Als je aandeelhouder bent van Berkshire, dan vloeien de voordelen van "Buffett de manager" naar je toe, omdat Berkshire zeer kostenbewust wordt beheerd en omdat Buffett en Munger zeer uitzonderlijke topmanagers zijn. Elke zucht naar luxe is Buffett vreemd. Hij vergenoegt zich meteen onveranderlijk salaris van 0.000, woont nog steeds in hetzelfde huis van 40 jaar geleden. Hij eet regelmatig een steak in het Gorrath's restaurant, hij drinkt geen alcohol maar Cherry Coke. Hij verplaatst zich wel in een corporate jet van NetJets (dat Berkshire toebehoort). Niet zo lang geleden telde de holding exact negen medewerkers.

Kay wijst er terecht op dat de holding van Buffett zeer weinig kosten aan zijn aandeelhouder aanrekent. Vergeleken met traditionele portefeuille en fondsbeheerders zijn er geen diverse beheerskosten en fees die al vlug twee procent van de return opslorpen. En op de resultaten van Berkshire wordt ook geen  performance fee aangerekend. Bij moderne private equity en hedge fondsen beloopt dergelijke fee al vlug 20% op het deel van de performance die de S&P500 overstijgt.

Had Buffett via Berkshire jaarlijks 2% management fee aangerekend, dan was de waarde van Berkshire vandaag niet 0.000, maar .561 geweest. (Niet schrikken, dat is correct: net de helft.)
Had Buffett een performance fee van 20% toegerekend op de mate waarin zijn resultaat de 10,3% return van de S&P500 oversteeg, dan was het eindkapitaal .743 geweest. Had Buffett beide aangerekend dan was het eindresultaat .250 geweest. De return was dan 16,52% geweest. Heel wat minder dus, maar nog altijd een return om van te snoepen.

Berkshire Hathaway biedt dus aan de belegger een zeer uitzonderlijke managementstructuur. Maar, zoals Roland Van der Elst in zijn boek ‘Beleggen met beleggingsfondsen' aantoonde, toch ook weer niet zo uitzonderlijk. En in mijn boek ‘Beter Advies, beter beleggen' (Roularta Books, 2007) toont Patrick Millecam aan dat er verschillende holdings in ons land zijn die de jongste 10 jaren (op dezelfde manier gemeten) eveneens 14,5% en beter hebben gepresteerd en die ook minimale kosten aanrekenen. Velen onder hen doen ook dat reeds langer.

Je kan vooraanstaande professoren en belangrijke bankeconomen vaak horen stellen dat het onmogelijk is om blijvend beter te presteren dan de index. Volgens hen kan je op termijn niet beter doen dan het marktgemiddelde van 10,3%. Betere prestaties zijn van voorbijgaande aard, of kunnen alleen in niet-genoteerde ondernemingen of op niet-efficiënte markten gerealiseerd worden.
Als we die wiskunde aanhouden, dan zou Berkshire volgens deze redenering nu .329 per aandeel waard zijn, en met 2% beheerskost .080. Deze mooie prestatie zou vergelijkbaar zijn met die van het gemiddelde beleggingsfonds en dan zou er uiteraard niet veel volk de verplaatsing naar  Omaha maken.

Je kan het elke maand in ‘Fondsen en Sicavs' van Test Aankoop verifiëren, en John Bogle van het Vanguard Fund heeft er verschillende boeken aan gewijd: het is waar dat zeer weinig commerciële beleggingsfondsen op termijn beter doen dan de 10,3% van de index. Met die 10,3% kun je trouwens al een heel mooi plan uitwerken. In het op onregelmatige tijdstippen verschijnende magazine ‘Outstanding Investor' worden bijvoorbeeld uitsluitend beheerders ondervraagd die de S&P500 flink kloppen. Is het toevallig dat de meeste van deze managers  afkomstig zijn uit de school van Benjamin Graham van Columbiauniversiteit, de leermeester van Buffett?

Om te besluiten. We zijn het feitelijk helemaal oneens met John Kay. We vinden Buffett de belegger nog beter dan Buffett de manager. Zoals Buffett de manager zijn er in ons land en in Frankrijk wel een aantal te vinden. Zoals Buffett de belegger, die over 42 jaar een gemiddelde samengestelde return behaalt van 21,6% zijn er in ons land en op deze aardbol veel te weinig.

Ik blijf een fan van Buffett als manager en als de belegger. Reden genoeg ook om ons verder te blijven interesseren voor uitzonderlijke managers en beleggers.

Emiel Van Broekhoven

01 mei 2008