Nieuws
Waar(de) voor uw geld
Nieuwsbrief maart 2005
Warren Buffet, Bill Nygren en andere ‘NAIC’-achtige beleggers (meer info over de NAIC-benadering: www.vfb.be/naic en www.better-investing.org) behoren tot de groep van de zogenaamde ‘Value Investors’. Zij stellen dat grote schommelingen nu eenmaal eigen zijn aan beurskoersen...
‘Mr.Market’ is een capricieus heerschap dat de koersen binnen éénzelfde jaar gemakkelijk tussen 20% en 30% van de gemiddelde waarde kan laten afwijken. Als men een aantal degelijke beleggingsobjecten heeft geïdentificeerd, geeft Mr.Market met andere woorden geregeld de kans ze goedkoop (onder hun waarde) te kopen en duur (boven hun waarde) te verkopen. Die stelling gaat in tegen de academische theorie van het ‘Capital Asset Pricing Model’, beter gekend als de efficiënte markt-theorie. Die stelt dat men niet systematisch beter kan doen dan de markt.
Tussen 1995 en 2000, de periode waarin ‘groei’ en ‘technologie’ het modebeeld op de beurs domineerden, waren Value Investors weinig geliefd. Van 1995 tot nu steken hun resultaten evenwel met vlag en wimpel boven alle andere uit. Peter Lynch, de legendarische beheerder van het Magellan Fund, dat de beurs een kleine 15 jaar lang systematisch klopte, zweert bij de stelling dat het erop aan komt om de juiste bedrijven te identificeren, hun aandelen tegen een lage prijs te kopen en die lang aan te houden. Value Investors zijn dus typisch ook geen aanhangers van wat men ‘top-down’-beleggen noemt: starten met macro-economische scenarios, de vooruitzichten voor de dollar, de inflatie enzovoort … Neen: een portefeuille stel je volgens hen stuksgewijze samen, vertrekkend vanuit de kwaliteiten van de individuele bedrijven.
Als de omgevingsfactoren als ’s tegenzitten, dan moet dat volgens hen gewoon blijken uit het feit dat er niet veel aantrekkelijk geprijsde aandelen meer te vinden zijn.
Van 1998 tot 2000 hoorde men de Value Investors vaak – zuchtend – vertellen dat er weinig of niets interessants te koop was. Dat alles te duur was, net zoals men vandaag de dag ervaren vastgoedbeleggers hoort klagen over de lage rendementen van de in omloop zijnde vastgoedprojecten… Beleggen is een bezigheid voor de lange termijn. In het voorjaar van 1995 kuierde ik langs de Scheldekaaien in Antwerpen in het gezelschap van een ervaren langetermijnbelegger. Vertrekkend van een toen al hoog niveau voor de meeste aandelenmarkten zat de échte beurshausse er eigenlijk nog maar aan te komen. We vroegen ons toen luidop af of vastgoedprojecten over de volgende 8 à 10 jaar geen betere rendementen (en dus meerwaarden) zouden bieden dan roerende beleggingen… En wat als we de situatie vandaag bekijken? Als we beleggen (of investeren) met een langetermijnfocus van 8 tot 10 jaar, zullen de koopjes dan geleidelijk aan niet veel meer bij de roerende waarden dan bij de onroerende projecten te vinden zijn? Mij lijkt dat een plausibel vooruitzicht.
Het tijdig afwisselen van papieren en vastgoedwaarden in portefeuille zijn een constante in het beleggerslandschap.
Alle vastgoed dan maar van de hand doen? En voluit aandelen beginnen kopen? Opgelet: de lessen van de Value Investors blijven steeds van toepassing. In een zorgvuldig beheerd vermogen worden alle investeringsprojecten stuk per stuk op hun eigen waarde geëvalueerd. Je koopt geen willeurig aandeel, maar een stuk van een bedrijf. Een aandeel moet je kopen zoals een auto. Dat wil zeggen: na behoorlijk onderzoek. De Value Investor doet zijn beste aankopen in een zwakke beursomgeving. Vele degelijke projecten, net zoals degelijke bedrijven, blijven ook in slappe tijden behoorlijk presteren.
Er is dan ook geen reden om die van de hand te doen. We spreken dus nooit in algemeenheden: alle investeringsopportuniteiten moeten op hun individuele ‘mérites’ bekeken en geëvalueerd worden. Dát is portefeuillebeheer van álle tijden...
E. Van Broekhoven
01 maart 2005

