Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Vrijstelling van de gezinswoning in de successie

Nieuwsbrief maart 2007

Wat is precies veranderd?

Echtgenoten en samenwonende partners zullen vanaf januari 2007 de gezinswoning vrij van successierecht kunnen verkrijgen, tenminste toch in het Vlaamse Gewest.

Wanneer één van beide partners overlijdt, werd het vaak als onrechtvaardig en hardvochtig aangevoeld dat de langstlevende partner successierechten verschuldigd is op de woning waarvoor hij of zij meestal zelf ook lang heeft gespaard en gewerkt. En dat terwijl in de feiten meestal niets wijzigt. De langstlevende partner zal vaak de gezinswoning verder blijven bewonen. Een vrijstelling van de successierechten voor gehuwden en samenwonenden, in zoverre die rechten betrekking hebben op de gezinswoning, is een maatregel die in het verlengde ligt van het beleid om onroerende eigendomsverwerving in Vlaanderen te vergemakkelijken.

De tarieven van de successierechten verschuldigd door erfopvolgers in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden worden vandaag afzonderlijk toegepast op het individuele nettoaandeel in de onroerende goederen enerzijds, en op het individuele netto-aandeel in de roerende goederen anderzijds.

Het deel van de gezinswoning dat de langstlevende partner bekomt ingevolge het overlijden van de eerststervende, wordt niet langer bij het individuele onroerend aandeel van de eerstgenoemde gevoegd.

Voor wie is de vrijstelling van toepassing?

In het Vlaamse Gewest is de gratis vererving beperkt tot de echtgenoten en feitelijk of wettelijk samenwonenden.

Voor inwonende kinderen en ouders of grootouders geldt de vrijstelling niet. Het deel in de gezinswoning dat ze eventueel zouden erven, blijft voor hen een belastbaar actief.

Daarentegen zullen samenwonende zussen, broers, neven en nichten of andere samenwonende familieleden, of ook samenwonenden zonder enige bloedband, wel van de vrijstelling kunnen genieten.

Let wel op, feitelijk samenwonenden, die dus geen wettelijke verklaring tot samenwoning hebben afgelegd, moeten minstens drie jaar voor het overlijden bij elkaar samengewoond hebben en een gezamenlijke huishouding gevoerd hebben.

Wat verstaat men onder de gezinswoning?

Het is een feitelijk criterium. Het is de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de erflater en zijn overlevende partner. Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in van samenwoning.

01 maart 2007