Nieuws
Successie-planning
Bron: De Standaard, 19 april 2010
Auteur: Jo Stremersch
De voorbije tien jaar is er begripsvervaging opgetreden over vermogensadvies. Terwijl vermogensadvies veel ruimer en rijker is dan portefeuilleadvies, fiscaal advies of successieplanning, zien we adviseurs de term vermogensplanning toch vaak gebruiken in zijn engste betekenis. En dat is jammer, omdat gedegen advies per definitie multidisciplinair is. Successieplanning herleiden tot juridisch-fiscale hoogstandjes, leidt tot een verschraling van het advies. Het biedt misschien vanuit fiscaaltechnisch oogmerk een adequate oplossing, maar vaak zijn die zogenaamde optimalisaties niet altijd in het belang van de klant.
Jef (72) bezit een aanzienlijk roerend patrimonium. De successiedruk is, zelfs naar Vlaamse normen, zwaar. Jef werd bezocht door een zogenaamde vermogensadviseur, die hem attent maakte op de potentiële fiscale druk die de nalatenschap te wachten stond. De schrik sloeg Jef om het hart, want zo ver ging zijn vaderlandsliefde nu ook weer niet dat zijn echtgenote en kinderen door de successierechten zouden bijdragen in de sanering van de openbare financiën. De oplossing die hem werd aangereikt, was werken met een tak23-verzekering. Zo konden successierechten ontlopen worden en behield hij te allen tijde controle over zijn vermogen.
De oplossing van een successieplanning gebeurt vaak in functie van het soort adviseur dat de klant bijstaat en het belang van zijn instelling. Uiteindelijk blijft successieplanning meestal: het bij hen belegde geld behouden. Hoe voorkom je als financiële instelling dat door nalatenschap of door schenkingen een fragmentatie ontstaat van de portefeuille. Hoe aangenaam is het dan niet dat er structuren bestaan die een opsplitsing maken van het juridische eigendomsrecht en het economische bezit. De gelden blijven waar ze zijn, maar de successiedruk wordt gemilderd. Iedereen tevreden, toch?
Ik ben er niet altijd van overtuigd dat dit soort oplossingen ook het belang van u als klant dienen. De praktijk leert dat successieplanning vaak een gevoelige aangelegenheid is met tal van vertakkingen. Het gaat vaak ook niet om het louter fiscale aspect, maar over zaken als controlebehoud, gefaseerde overdracht van verantwoordelijkheden, aanleren van vaardigheden in het beheer van het vermogen, intermenselijke relaties. Wanneer niet wordt uitgegaan van de behoeften en wensen van alle betrokken partijen, kan de uitkomst helemaal verkeerd uitdraaien.
De bekommernis van Jef was niet alleen het milderen van de fiscale factuur. Zijn bekommernis was in de eerste plaats te zorgen dat zijn echtgenote Maria het beheer van de portefeuille kon verderzetten, zonder aan één financiële instelling verbonden te zijn. Dat haar inkomenspositie was veiliggesteld als hij er niet meer zou zijn. Dat de kinderen leren omgaan met het beleggen van de portefeuille. Dat er een beleggingsbeleid werd uitgestippeld dat ervoor zorgde dat niet alleen Maria op regelmatige basis een aanvulling kreeg op haar karige wettelijke pensioen, maar dat ook het vermogen voor de volgende generatie zo veel mogelijk intact bleef.
En dat wat hij uitspaarde aan successierechten niet werd omgezet in kosten voor het beheer van het vermogen door de financiële instelling. Want het hangt er natuurlijk van af wie u door overlijden rijker wilt maken: de staat, uw zogenaamde adviseur, de instelling waarvoor hij werkt of uw erfgenamen.
19 april 2010

