Nieuws
Rust en visie voor uw geld
Nieuwsbrief februari 2009
Hoe staan onze klanten tegenover geld en beleggen? Wat is de relatie met hun bankiers, en op welke manier gaan ze om met financiële informatie? En welke gevolgen verwachten zij van de crisis die eind vorig jaar door de financiële wereld is geraasd? We vroegen het enkele weken geleden aan onze klanten.
Eind november bezorgden we hen een vragenlijst, 537 antwoorden kregen we binnen.
De deelnemers waren afkomstig van twee groepen; een eerste groep van 81 deelnemers uit een samenwerking van Stremersch Van Broekhoven & Partners (financiële planners uit Antwerpen) en van Value Square (vermogensbeheerders uit Gent); een tweede groep van 456 deelnemende leden van de Vlaamse Vereniging van Beleggingsclubs en Beleggers (VFB). De vragen hadden onder meer betrekking op: hun persoonlijk aanvoelen van de crisis, hun waardering van de media, hun oordeel over het beleid, hun opinie over de banken.
En dit zijn de resultaten.
U kan de volledige resultaten van de enquête bekomen via de bijgevoegde antwoordkaart.
Een keuze voor de lange termijn
Eerst en vooral, de helft van onze klanten heeft een schoolse opleiding gevolgd die met economie, financiën of beleggingen te maken heeft. Ze kennen het thema dus echt wel. Maar de meesten van hen willen er niet zelf actief mee bezig zijn. De helft van onze klanten besteedt geen of weinig tijd aan hun beleggingen. Ze hebben hun geldzaken uitbesteed.
Dat is een opvallende vaststelling. We hebben ter controle dezelfde enquête ook gedaan bij de leden van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en beleggers (VFB). Dat zijn actieve beleggers: 80 procent van hen is vele uren per week met beleggingen bezig, 20 procent zelfs vele uren per dag. Onze klanten niet. Zij willen rust voor hun geld.
Ze doen ook niet zoveel financiële transacties per jaar: twee derde van onze klanten beperkt zich tot maximaal tien transacties per jaar, en meer dan 40 procent houdt het op maximaal vijf.
Ook het aantal effecten in portefeuille blijft relatief beperkt. Twintig procent heeft minder dan vijf aandelen of fondsen in bezit, dertig procent heeft er meer dan 25. Als we die twee gegevens aan elkaar koppelen, is de conclusie dat onze klanten per lijn (dus per effect in bezit) gemiddeld minder dan één transactie per jaar doen.
Met andere woorden, ze zijn heel gerust in hun geld. Ze beleggen voor de lange termijn.
Een stevig vermogen
Toch hebben ze een behoorlijk financieel vermogen te beheren. Tachtig procent van onze klanten heeft meer dan een half miljoen euro in beheer, en voor de helft gaat het over meer dan een miljoen. Het zijn aanzienlijke bedragen.
In de controlegroep, de actieve beleggers van de VFB, zien we net het omgekeerde: 80 procent van hen heeft minder dan een miljoen te beheren, 60 procent minder dan een half miljoen. De verleiding is groot om dus te concluderen: hoe groter het vermogen, hoe minder groot de neiging om zelf en actief het beheer ervan waar te nemen.
Het financiële vermogen van onze klant is vooral belegd in aandelen en in cash. De eerste categorie bestaat vooral uit individuele aandelen, in mindere mate ook aandelenfondsen en zelfs wat private equity. De tweede categorie omvat, behalve het spaarboekje, ook de klassieke termijnrekeningen en kasbons. Fondsen met kapitaalgarantie, obligaties en obligatiefondsen daarentegen vallen helemaal niet in de smaak.
In het totale gezinsvermogen staat dat financiële vermogen (nipt) niet op de eerste plaats. Het is de eigen woning die als de belangrijkste vermogenscomponent wordt aangegeven.
Bankieren met wat meer afstand
De helft van onze klanten laat zijn geld beheren, vooral door gespecialiseerde instellingen (en slechts in mindere mate door grootbanken). Van hen kies een ruime meerderheid voor discretionair beheer. De bankier neemt dus alle verantwoordelijkheid. Een minderheid opteert voor adviserend beheer (waarbij de bankier een voorstel doet en de klant zelf mag beslissen).
De andere helft beheert zijn centen helemaal zelf. Vijfendertig procent van onze klanten kiest zelf zijn aandelen uit, 17 procent belegt hoofdzakelijk in fondsen.
Zo’n 60 procent van de respondenten signaleert dat de return die hun beheerder in de loop van het najaar 2008 rapporteerde, beduidend lager lag dan wat vooropgesteld was. Slechts 20 procent zal precies op schema.
De wanprestatie van de portefeuille weegt duidelijk op de relatie tussen klant en bankier. Eén op drie is de voorbije vijf jaar al met het grootste stuk van zijn portefeuille naar een andere financiële instelling gestapt. Nog eens een derde is van plan dat binnenkort te doen.
Bestand tegen de crisis
Tijdens de voorbije financiële crisis hebben onze klanten het hoofd koel gehouden. Amper een kwart heeft effecten verkocht en dus verlies genomen. Alle anderen zijn rustig in de markt blijven zitten. Een kwart heeft zelfs aandelen bijgekocht. Driekwart zegt geen spijt te hebben van de manier waarop ze hebben gereageerd.
In de maanden oktober en november hebben ze wel wat meer dan gewoonlijk naar hun portefeuille gekeken en de financiële berichten bestudeerd. Alle informatie was toen welkom: kranten, televisie, internet. Vooral internet werd toen meer dan gewaardeerd.
De toekomstverwachtingen voor de financiële markten zijn zeker niet euforisch. Onze klanten zijn kritisch en realistisch. Twintig procent verwacht dat het vijf jaar zal duren voor de markten zich hebben hersteld, meer dan veertig procent denkt zelfs dat het 15 jaar kan duren. En nog eens 20 procent denkt dat ze zich tevreden zullen moeten stellen met het rendementsniveau van een staatslening.
Slechts vijf procent zegt dat de gebeurtenissen van het najaar een onmiddellijk impact zullen hebben op hun beschikbare bedrag voor consumptie. Meer dan 80 procent verwacht weinig of geen weerslag. Ze zullen er geen boterham minder voor moeten eten.
Herkent u zich in dat profiel? Bent u ook zo’n belegger die vooral rust wenst en die voor zijn financiële vermogen een strategie voor de middellange en de lange termijn wil?
Dan moeten we toch eens praten.
01 februari 2009

