Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Inflatie: ‘keep your eye on the money’

Nieuwsbrief april 2011

Grondstoffen zitten in de lift. De gestegen basisprijzen duiken op in de winkel en (vooral) op onze energiefactuur. Oorzaak van deze sluipende inflatie is Amerika. In financieel toonaangevende publicaties zoals de Wall Street Journal en de Herald Tribune is het ‘bashen’ van Europa een geliefkoosde sport.

Het monetair beleid van Federal Reserve-baas Ben Bernanke staat in hoog aanzien, dat van de Europese Centrale Bank (ECB) wordt bestempeld als zwak en gevaarlijk. De meeste Amerikaanse economen zien hoofdzakelijk, zoniet uitsluitend, de economische realiteit in Amerika. De rest van de wereld interesseert hen weinig of niet. Ze zien nog altijd het gevaar van een deflatie (een spiraal van dalende prijzen) als veel groter dan dat van inflatie (een spiraal van opgaande prijzen en geldontwaarding).

De Verenigde Staten heeft ook een bijzondere manier om naar inflatie te kijken: ten eerste maken ze een onderscheid tussen CORE (kern) inflatie en HEADline inflatie. Het verschil ligt in de olie- en voedselprijzen die niet in de kerninflatie zitten. Ten tweede gebruiken de Amerikanen ‘hedonistische’ indexen. Stel dat een Apple computer met 5 procent in prijs is gestegen, maar inmiddels wel een extra rekencapaciteit heeft van 10 procent, dan kan de prijs in de index met 5 procent dalen, want men houdt rekening met die grotere kwaliteit! Nu is ‘kwaliteit’ van goederen voor de meeste economen een onmogelijk te vatten begrip, maar de Amerikanen blijven hun index die ‘genot’ meet gebruiken. De Amerikaanse index van de consumentenprijzen ligt dan ook meestal zo’n 2 procent onder de Europese.

De heisa over de euro en de Angelsaksische aanvallen op de zwakke Europese broertjes, soms zelfs op België, mag ons niet doen vergeten dat de brede beweging van de markten gekenmerkt wordt door inflatie. Dat ziet men vooral in de stijging van de olie- en andere grondstoffenprijzen, wat nog een hele tijd zal duren. De oorzaak van die inflatie ligt bij de enorme geldcreatie in de Verenigde Staten tijdens de voorbije 20 jaar, met nog een ‘encore’ tijdens de voorbije 3 jaar. De Amerikaanse overheid is totaal de pedalen kwijt en blijft dollars drukken. En er is helemaal geen vooruitzicht op een begrotingsevenwicht (in 1987 had men nog een overschot) binnen twee of drie jaar. De Verenigde Staten, hét richtingbepalend land voor het Westen, voldoet weldra niet meer aan de minimum Maastrichtnormen!

De FED financiert het enorme Amerikaanse tekort door bestaande staatsobligaties te kopen met nieuw gecreëerd geld.  Normaal worden die gekocht door het sparend publiek en de institutionelen. De FED drijft met die ‘doping’ de korte en lange intrestvoeten naar beneden. Het creëert hiermee ook subsidies aan de banken om deze recht te houden en veel winst te laten maken, om verliezen te kunnen afschrijven. Het sparend publiek en de institutionelen vluchten met al die liquiditeit echter naar het buitenland, want ze vertrouwen de waarde van hun dollar niet meer. Zo zijn ze de bron van een toevoer van speculatief beleggingsgeld in de rest van de wereld. Dit zet landen met een relatief sterke economie zoals China, India, Indonesië, Brazilië en Australië aan om zich te beschermen door zich op te waarderen en de kapitaaltoevloed op allerlei manieren tegen te gaan. Dergelijke bewegingen hebben we overigens al meer gezien: voor het eerst in de jaren 70, met de ontkoppeling van de dollar en het goud. De geschiedenis herhaalt zich: opnieuw ligt Amerika aan de bron van de export van een inflatie.

Het normaal effect van een inflatie is stijgende intrestvoeten: de rente op 10 jaar ligt normaal op 2 procent verhoogd met de verwachte inflatie en een kleine risicopremie. Ze schommelt tussen de 4 en de 6 procent als je het over langere periodes bekijkt. De lange termijnrente is momenteel al een tijd veel te laag en dat begint pijn te doen bij langetermijnbeleggers. Dat zijn u en ik (de sparende bevolking) en institutionelen zoals verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Sinds november zit de langetermijnrente nu in de lift en verhogen de banken de rente voor woonkredieten.

Gelukkig heeft de Angelsaksische campagne tegen de euro een positief effect: de heetgebakerde en bijzonder zenuwachtige Amerikaanse en Engelse speculanten, die in een aanval de beste verdediging zien, zaaien twijfel over de euro en houden zo een opwaardering van onze munt tegen. In de UK zijn de grote lokale banken één puinhoop en in de VS zijn de overheidsbudgetten al in geen jaren in evenwicht, niet federaal, noch op het niveau van Staten zoals Illinois, Californië, Michigan, Florida, enz…

Wat nu gedaan? Allereerst niet twijfelen aan de euro of aan België. De euro brengt enorm veel op voor Duitsland dus de eenheidsmunt wordt niet in de steek gelaten. Natuurlijk staat Duitsland niet te springen om de (dwaze) deficits van de zuiderse landen (genre Grienkenland en Portugal) op te vullen. Deze landen moeten een les in zuinigheid krijgen. Je moet hen niet te snel helpen. Hun heropstanding zal vlugger zijn als de noodzaak er is om zelf het overheidsbudget in evenwicht te brengen. Voor België is spijtig dat de sociale partners er niet in zijn geslaagd om olie uit de index te halen, want dit gaat leiden tot meer inflatie en tot een verzwakking van de Belgische positie in Europa. Wij gaan hier duurder worden dan onze handelspartners die géén indexkoppeling hebben. Gelukkig zijn soepelheid en gezond verstand onze grootste troeven, en zal er op een andere manier moeten worden gecompenseerd. En hopelijk leert onze overheid uit het verleden. In de jaren zeventig liet men de externe prijzenschok vliegensvlug doorsijpelen in ons loonpeil met als gevolg een spiraal van loon -en prijsstijgingen. Onze politici moeten selectiever zijn. Prijzen blokkeren of ze onbelemmerd doorrekenen, zijn onhaalbaar of onbetaalbaar. Het is nog wachten op een slimmere mix. Voorts zal Europa een almaar grotere rol spelen in onze discussies over de automatische loonindexering en de pensioenhervorming.

Voor uw persoonlijke portefeuille moet u doen zoals Tina Turner: keep your eye on the money. Dat wil zeggen: focus u op de kasopbrengst, dit om te winnen of zo weinig mogelijk te verliezen tegenover de inflatie. Wat beschermt u tegen inflatie: onroerende goederen (vastgoed), grondstoffen zoals goud en zilver, arbeid (diensten leveren, want je kan de prijsstijging doorrekenen) en lenen aan een vaste intrestvoet. Aandelen en obligaties zijn geen echte beveiliging tegen inflatie. Wanneer zal de inflatie echt verschijnen in euroland? Niet te snel als het van ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet afhangt, maar dan zal de euro nog versterken. Maar een cost-push inflatie zit dik in de papieren. Dat kan dan een stagflatie worden: een inflatie van de prijzen met een stagnatie van de economie. Het proces van stijgende prijzen kan lang duren: na de oliecrisis van 1973-1974 duurde het tien jaar voor de renteclimax er was. Daarom is het interessant om na te denken over nieuwe financiële beleggingsmogelijkheden. Zo bepleiten de Vereniging van Pensioenfondsen en de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB) de creatie van Inflatievaste Obligaties. 

01 april 2011