Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Het beleggersprofiel en uw financieel plan

Nieuwsbrief maart 2007

Als u het nog niet hebt ingevuld, is de kans groot dat uw beleggingsbankier u weldra zal vragen om uw beleggersprofiel op te maken...

De Europese richtlijn Mifid legt namelijk gemeenschappelijke spelregels op aan alle spelers die zich in de Europese Unie met beleggingsadvies bezig houden, en de Belgische wetgeving heeft deze Europese richtlijn overgenomen. Dus moet een instelling die beleggingsadvies geeft, voortaan informatie inwinnen over de financiële positie, de beleggingsdoelstellingen, beleggingservaring en – kennis van de klant. Het bedrijf moet uitmaken welke producten geschikt (“suitable”) zijn voor een klant, gegeven zijn beleggersprofiel.

Financiële instellingen zijn volop bezig meer informatie in te winnen over de risicobereidheid, de toekomstplannen en de verwachtingen van hun klanten. De idee is: door betere kennis kan men ook beter zaken doen. De grootbanken bekijken dit bovendien als een commercieel instrument om info in te winnen over hun klanten en de relatie te verdiepen door meer gericht te adviseren.

Op grond van vele duizenden analyses komen de bankiers met enige verbazing tot het inzicht dat hun klanten typisch (voor 75%) een defensief of conservatief profiel hebben. Dat betekent dat ze niet meer dan 25% belegd (mogen) zijn in aandelen. Een ‘neutraal’ profiel is voor een bankier iemand die voor 50% in aandelen belegd is. Gemiddeld genomen is het vermogen van Belgen voor 16% in aandelen belegd.

Vele lezers van deze nieuwsbrief hebben een financieel plan met Stremersch, Van Broekhoven en Partners opgesteld en vragen zich af wat het verband is tussen dat plan en het beleggersprofiel.

In de eerste plaats gaat een integraal financieel plan bij Stremersch, Van Broekhoven en Partners over alle aspecten van het vermogen, en hoewel de grootbanken het in hun publiciteit steeds hebben over ‘vermogens’beheer, houden ze zich de facto uitsluitend bezig met een veel beperktere vorm daarvan, namelijk financieel portefeuillebeheer.

Zelfs bij bankverzekeraars worden noch verzekeringsproducten (zoals Tak 21-producten van het type First of Crest) noch de groepsverzekeringen in de analyses of aanbevelingen betrokken. De meesten betrekken ook de andere vermogenscomponenten (zoals de woning en de schuld daarop) helemaal niet in hun advies. En al evenmin houden de analyses die achter het beleggersprofiel schuilen rekening met de cashflow van de gezinnen. Met als resultaat dat de klanten opnieuw een vertekend beeld krijgen: mensen die ‘ruimer’ bij kas zitten in verhouding tot hun behoeften kunnen namelijk meer risico aan.

Zijn klanten goed bediend met de beleggersprofielanalyse?

Op basis van de ervaring die we de voorbije twintig jaar hebben opgedaan, kunnen we tot volgende conclusies komen. De werknemer en de staatsambtenaar die, buiten de opbouw van zijn wettelijke pensioenrechten, zijn woning afbetaald heeft en nog een stuk vermogen gespaard of geërfd heeft, zal ons inziens behoorlijk uit de beleggersprofieltest komen en zal er zijn voordeel aan doen. Voor de vrije beroeper, die vooral financieel gespaard heeft en die alleen een woningschuld heeft (gehad), geldt hetzelfde. Zowel tijdens de opbouw als na pensionering zal de test tot redelijke resultaten komen en heeft de service voor het cliënteel zeker toegevoegde waarde.

De situatie is enigszins anders naarmate er naast een woning ook verschillende andere items in het totaalvermogen voorkomen, zoals een tweede woning, privé verhuurd vastgoed, groepsverzekeringen, kunstverzamelingen en andere, en naarmate de financiële beleggingen de bestedingsbehoeften ver overtreffen. In die gevallen merk ik in de mij bekende beleggersprofielen van de verschillende financiële instellingen de neiging om veel te behoudsgezind advies te formuleren.

Volgens onze ervaring zijn vermogenscomponenten zoals verzekeringen en vastgoed zeer vaak substituten voor obligaties, en zijn hun returns niet of negatief gecorreleerd met financiële beleggingen. Door zich te beperken tot een analyse van enkel de financiële portefeuille zal men daarom in die gevallen veel te behoudsgezind adviseren. Wanneer ook zakelijke activa en commercieel verhuurd vastgoed in het vermogen voorkomt kan dat anders liggen. In Persoonlijke Financiële Planning komt het erop aan elk geval op zijn eigen mérites te bekijken.

In de markt van de vermogende en massavermogende cliënteel (vanaf een actueel of een doelvermogen op 65 jaar van 1 miljoen euro) zal de opmaak van een totaal financieel plan volgens mij steeds meer betrouwbare resultaten geven.

Emiel Van Broekhoven

01 maart 2007