Nieuws
Gulzigheid
Bron: De Standaard, 23 maart 2008
Auteur: Jo Stremersch
Mag ik u even voorstellen aan Charles Ponzi? Een notoire leegloper en bedrieger. Hij was in 1903 als immigrant aangespoeld in de Verenigde Staten, waar hij twaalf stielen en dertien ongelukken afwisselde met een geregeld verblijf in de gevangenis wegens diefstal.
Dat duurde tot 1920. Toen ontdekte hij een nieuwe vorm van vermogensvorming: arbitreren in internationale postzegelcoupons, wat op zich niet verboden was in die tijd. Door die arbitrage kon hij een aardige cent verdienen, en hij besloot op het systeem een turbo te plaatsen. Hij verkondigde een systeem te hebben waarmee een rendement van vijftig procent kon worden gegenereerd. Investeerders die hem hun geld toevertrouwden, kregen inderdaad hun geld plus een rendement van vijftig procent terug.
Het nieuws van de wonderlijke investering verspreidde zich als een lopend vuurtje en nieuwe beleggers stroomden toe. Maar zes maanden later bleek het hele systeem één grote fraude te zijn, en Ponzi verdween opnieuw achter de tralies. Het systeem van Ponzi bestond er namelijk in om de eerdere investeerders te betalen met het geld van de nieuwe investeerders en op die manier een piramidesysteem uit te bouwen. Uiteraard is zo'n systeem gedoemd om vroeg of laat in te storten, namelijk wanneer er onvoldoende instroom van vers geld is of wanneer de reserves onderuitgaan en de investeerders hun geld niet kunnen recupereren.
Je zou denken dat, als dat fraudemechanisme eenmaal is blootgelegd, investeerders zich niet meer zullen laten bedriegen. De mens heeft toch de mogelijkheid om te leren uit zijn fouten en zo voortgang te boeken? Niet, dus.
Op 11 december 2008 kwam een einde aan het fabeltjesrijk van Bernard Madoff. Op 12 maart van dit jaar bekende Bernie schuld aan een 'Ponzi-fraude' met een geschatte waarde van 65 miljard dollar. Dat is ongeveer vergelijkbaar met het bnp van een land als Kroatië. De man is nog voorzitter van de technologiebeurs Nasdaq geweest, wat hem een onberispelijk imago bezorgde.
In zijn schaduw liep ook het rijk van sir Allen Stanford op de klippen. De titel 'sir' verkreeg Stanford van het Caribische eiland Antigua voor bewezen diensten aan bevriende politici en het lokale cricketteam. Zijn fraude heeft 'slechts' een omvang van 8 miljard dollar.
Ik begrijp niet dat er nog steeds mensen in de val van zulke 'Ponzi-fraudeurs' lopen. Hun werkwijze is altijd dezelfde, en toch zijn er nog mensen die erin tuinen. Als je geconfronteerd wordt met veelkleurige glimmende folders en een rendement van boven de tien procent, door alle periodes van de beurs heen, dan zou er toch een alarmbel moeten rinkelen. Als je bovendien te maken krijgt met een oncontroleerbare beleggingsstrategie, want dat is het geheim van het huis, dan mag je toch al meer dan een beetje argwaan koesteren?
Als maar een select publiek over het voorrecht beschikt om te mogen beleggen, en als overenthousiaste beleggers die al eerder waren ingestapt getuigen over de onwaarschijnlijke rendementen die daadwerkelijk worden behaald, dan moet er een hele batterij alarmsignalen afgaan. Als bovendien de inrichters van die beleggingsfondsen zich onmetelijk rijk en boven de wet verheven wanen, zich in Ferrari's en andere Bentleys verplaatsen en zich voornamelijk op feestjes van de jetset vertonen, waar ze zich uitgebreid laten bejubelen als waren ze sekteleiders, in plaats van de markten te volgen met een analistenteam, dan vlucht je met je geld toch naar veiliger oorden?
Of zou elke vorm van kritische reflectie verdwijnen zodra investeerders psychologisch vastzitten in de greep van hun eigen gulzige hebzucht?
23 maart 2009

