Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Gevaarlijke gemiddelden

Bron: De Standaard, 8 juni 2009
Auteur: Jo Stremersch

In mijn eerste kandidatuur Toegepaste Economische Wetenschappen heb ik het genoegen gehad ondernemingseconomie gedoceerd te krijgen van professor Emiel Geeraert. Hij leerde ons onder meer wat de kracht was van gemiddelden. 

Zo poneerde hij volgende stelling : 'Wanneer ik op jacht ga en ik zie een konijn lopen en ik schiet eens voor de neus en eens achter de staart van het beestje, dan is het gemiddeld dood. Hoewel ik steeds met lege handen terugkeer van de jacht.' Inzake personal finance gaat deze stelling eveneens op. Hoe gevaarlijk is het niet u rijk te rekenen met gemiddelde opbrengstvoeten. Je koopt daar niets mee, integendeel. Bij presentaties van banken of beursbedrijven is er steevast wel een goeroe die het opgekomen publiek met statistieken tracht te overtuigen dat het langetermijngemiddelde van aandelen 10 of 12 procent bedraagt in functie van het soort van aandelen en de gekozen periode. 

Dat kan statistisch best wel kloppen, maar de voorbije tien jaar was de gemiddelde opbrengst veeleer 0 procent. Wie die voorbije periode zijn consumptiedoelstellingen baseerde op een veronderstelde beleggingsopbrengst van 10 procent, zit vandaag wel met een zware kater opgescheept.

Als een waarde van 100 gedurende 5 jaar daalt met jaarlijks 10 procent dan heb je na 5 jaar niet nog slechts de helft (50) over, maar nog 59. Je moet wel de volgende 5 jaar met 11,11 procent stijgen om na 10 jaar weer op je initieel bedrag van 100 uit te komen.

Intuïtief denken mensen in gemiddelden en veronderstellen dat je na 5 jaar min 10 procent slechts 5 jaar plus 10 procent behoeft om op hetzelfde uit te komen. Marketeers van banken helpen deze mythe in stand te houden, krachtens hun veelkleurige brochures waarin dit soort van statistieken mensen desinformeert. Nog gevaarlijker wordt het als positieve en negatieve returns elkaar afwisselen. Als je daarover een gemiddelde gaat berekenen, ben je ver weg.

Met andere woorden: naast het langetermijngemiddelde is het minstens zo relevant te kijken naar de afwijkingen ten opzichte van dat gemiddelde. Het gemiddelde geeft enkel de indicatie aan van wat je op lange termijn kunt verwachten, maar je leeft wel op korte termijn. Je behoeften afstellen op het gemiddelde van alle positieve en negatieve afwijkingen is niet alleen naïef maar bovendien erg dom. Als je ervan uitgaat dat het langetermijngemiddelde voor aandelen 10 procent is, dan kan je de volgende jaren alleen maar uitgaan van een gigantische groei van de kapitaalmarkt, gezien de situatie waar we ons vandaag bevinden. Maar ja, dat is statistiek. In persoonlijke financiële planning ga je daarom niet uit van gemiddelde groeivoeten. Je gaat uit van te bereiken persoonlijke doelstellingen en tracht een optimale mix te maken van die instrumenten die je met de grootste waarschijnlijkheid bij dat doel brengen. Vandaar dat het voor de ene persoon vandaag wel zinvol is om in de kapitaalmarkt te gaan, gezien zijn doelstellingen en zijn vooropgestelde horizon en voor de ander raadzaam is om er vandaag uit te gaan, gezien het beursherstel van de laatste weken. Daarnaast hangt de mix die vandaag wordt uitgetekend, samen met de realiteit van vandaag. Niet alles reageert identiek op de economische omstandigheden. Een regelmatige herziening van de mix in functie van gewijzigde omgevingsfactoren is daarom absoluut een must.

Financiële bedrijven houden niet zo van deze niet-uniforme aanpak. Het is immers moeilijk een productgamma aan te bieden dat aansluit aan ieders wijzigende behoeften, want daarbij kan je moeilijk schaalvoordelen exploiteren. Nochtans is dat wel wat de klant vraagt: een beleid dat echt gepersonaliseerd is en aansluit bij zijn behoeften.

08 juni 2009