Nieuws
Geen evenwicht
Bron: De Standaard, 24 augustus 2009
Auteur: Emiel Van Broekhoven
Tussen vraag en aanbod bestaat er een evenwicht. Dat leren we in de eerste les economie. Als er een stabiele vraag- en aanbodcurve bestaat, dan zal er een bepaalde hoeveelheid verhandeld worden tegen een bepaalde prijs. Wijzigt er niets aan de omstandigheden, dan blijven de prijzen en hoeveelheden dezelfde.
Zo'n stabiel evenwicht, dat slechts enkele opeenvolgende maanden of kwartalen aanhoudt, bestaat vandaag niet op de markt van nieuwe woningen, noch op de geld- en kapitaalmarkt, noch op de auto- of arbeidsmarkt. Daarentegen heerst bij de kapper en bakker, in de supermarkt en op café nog steeds het vertrouwde repetitief evenwicht.
Economen van de Oostenrijkse school stellen echter dat de studie van de evolutie van de markten van één evenwicht naar een volgend veel belangrijker is dan de studie van een tijdelijk evenwicht. Bij het bestuderen van economie moet men natuurlijk modellen betrekken, maar daarbij mogen de ontwikkeling van de technologie, de politieke en economische actualiteit, en de geschiedenis niet uit het oog worden verloren.
Voor beleggers geldt dat ook. Beleggingsregels zoals MiFID voeden de idee dat er een stabiel evenwicht bestaat. Maar wanneer de omstandigheden continu wijzigen, mogen we niet geloven dat er een model bestaat dat zonder meer optimaal is voor verschillende jaren.
We zitten nu in een opeenvolging van bubbels, die in elkaar overlopen. De inzinking van de aandelenmarkt vanaf 2000 zette de nieuwe Fed-voorzitter Bernanke aan tot een bijzonder expansief monetair beleid (zeer lage intrestvoeten) dat volgens deskundigen aan de basis lag van de huisvestingsbubbel. Het toelaten van dubieuze financieringsinstrumenten, vooral voor de financiering van de huisvesting, leidde dan weer tot de bankencrisis van 2007, en de beurscrash van 2008-2009. Voor de bestrijding van de huidige recessie wordt door dezelfde Bernanke opnieuw een uitzonderlijk expansief monetair beleid gevoerd, zodat we nu in een nieuwe (zeer gevaarlijke) bubbel gevangen raken.
De stimulerende begrotingsmaatregelen in de VS blijken een maat voor niets te zijn. De Keynesiaanse remedie helpt deze keer niet. Talleyrand zei 'Dans un état bien géré, les banques ne gagnent point'. De winsten van de Amerikaanse banken in het jongste kwartaal geven terzake een bevestiging.
Bubbels zijn hét symptoom van een slecht geleide staat. De banken krijgen van de centrale bank en de overheid bijna gratis geld toegespeeld. Aangezien ze te veel leningen hebben uitstaan, moeten ze héél veel geld verdienen om hun kapitaalpositie recht te trekken. Als dat moet gebeuren via de verlies- en winstrekening, moéten de banken uitzonderlijke winsten maken. De beleggers krijgen een minimale vergoeding en de investeerders hebben allen het gevoel te worden opgelicht. De banken kunnen zeer agressief optreden, want hun concurrenten zitten met hetzelfde probleem.
Paul De Grauwe heeft gelijk als hij stelt dat de overheid onder dergelijke omstandigheden drastisch moet ingrijpen. Maar alle privéaandeelhouders exclusief laten opdraaien voor de fouten van het beleid is volgens mij helemaal geen oplossing. Het wordt een uitzonderlijk zware test voor de politieke democratie om zowel de conjuncturele en structurele maatregelen uit te werken die een oplossing kunnen bieden voor deze crisis.
En wat doe ik als belegger? Zeil inhalen, reven steken, regelmatig overstag gaan, zonder het doel uit het oog te verliezen. Continu de ontwikkelingen trachten op te volgen. Mijn catechismus zegt ook: 'Ingeval van nood mag en moet iedereen met een klein deel van zijn vermogen durven te speculeren'.
24 augustus 2009

