Nieuws
Drie financiële planning-specialisten over uw portefeuille
Nieuwsbrief juni 2009
Een interview met Jo Stremersch, Emiel Van Broekhoven en Marc Gedopt.
“Goede planning loont, zeker in tijden van financiële crisis”
Een goede planning kan wel degelijk het verschil maken voor uw portefeuille. Ook – en vooral – in tijden van crisis op de financiële markten. “Niemand zal beweren dat je met een goede persoonlijke financiële planning de bewegingen op de markt niet voelt in je vermogen.” – “Maar de risico’s zijn vooraf uitdrukkelijk voorgerekend en ze zijn beheersbaar.” – “Met een goed plan is er veel minder snel reden tot paniek.” Drie specialisten persoonlijke financiële planning vertellen wat financiële planning kan en niet kan voor uw portefeuille. De bankwereld maakt een nooit geziene crisis door. Dat heeft de voorbije maanden niet alleen aanzienlijke implicaties gehad voor de financiële markten, de gevolgen laten zich nu ook voelen op de hele wereldeconomie. Heel wat belegde vermogens hebben de weerslag daarvan al ondervonden. Er zijn fortuinen verloren gegaan, het voorbije jaar. Ook bij doorwinterde beleggers.
Was zo’n vermogensverlies te vermijden met een goede persoonlijke financiële planning?
Emiel Van Broekhoven: “Dat zou ik in alle oprechtheid echt niet durven beweren. Omdat zoiets onmogelijk is. In elke goed beheerde en goed geadviseerde portefeuille hoort een stuk risico thuis. En met risico bedoel ik niet alleen risicokapitaal, aandelen dus, waar het risico als het ware ingebakken is. Ook andere activaklassen dragen een stukje risico in zich, dat kleiner of groter kan zijn. Vastgoed is niet vrij van risico. Obligaties dragen risico. Zelfs staatsleningen zijn niet zonder risico: als straks de rente plots zou stijgen, zal hun marktwaarde dalen.”
“Wie dus zou beweren dat je met goede planning elk risico kan vermijden, maakt zijn publiek iets wijs, denk ik. Geen enkel vermogen is immuun voor elke schommeling op de markt. Zelfs de best geplande, best beheerde portefeuille golft mee met bewegingen in de financiële cyclus. Soms is dat een stuk de hoogte in, soms is dat naar beneden.”
Dus zelfs met een professionele planning is je vermogen nooit 100 procent veilig?
Van Broekhoven: “Ook dat zou ik niet op die manier stellen. Ik zou zeggen: een goede persoonlijke financiële planning zorgt ervoor dat je de risico’s op voorhand expliciet maakt, dat je duidelijk de vork aangeeft waarbinnen het te beleggen vermogen binnen de afgesproken beleggingshorizon zou kunnen evolueren (met een duidelijke ondergrens voor het worst case scenario). En dat je ingrijpt als de portefeuille zich buiten die vork dreigt te bewegen. Je maakt het risico beheers- en beheerbaar.”
Jo Stremersch: “Wat Emiel zegt, is een heel belangrijk stuk van het verhaal. Dat is namelijk het stuk ‘financiële planning’. Maar er zit ook een ‘persoonlijk’ elementaan ieder financieel plan. Het komt er dus op aan om een planning te maken op de maat, op het formaat van de klant. Welk risico kan die aan, welk risico is hij of zij bereid te nemen? Want dat is natuurlijk de basis voor de verdeling van de portefeuille over de verschillende beleggingsklassen.”
Hebben we daar persoonlijke financiële planning voor nodig? Sinds enkele jaren doen de banken dat toch ook? Zij zijn toch verplicht een beleggersprofiel te maken voor ze aan hun klanten een belegging mogen verkopen?
Stremersch: “Dat is juist. Sinds najaar 2007 legt een Europese richtlijn – de zogenaamde ‘Richtlijn Financiële Markten’, in het jargon de ‘MIFID’ – aan banken en financiële instellingen een aantal regels op ter bescherming van de financiële consumenten. Ze moeten onder meer van elke klant een beleggersprofiel maken en de producten die ze hem vervolgens verkopen, moeten aan dat profiel tegemoet komen.” “Maar dat blijft al bij al een eerder vrijblijvende oefening, waarin slechts een beperkt aantal elementen worden opgenomen. Voor een goede persoonlijke planning moet je vertrekken van de integrale financiële situatie van het individu. Dan hou je rekening met alle bestanddelen van het al opgebouwde vermogen: de woning, het vastgoed, de eigen zaak, de groepsverzekering, enzovoort. Dus niet alleen met het spaarboekje en de effectenrekening. En dat zet je dan af tegen de ambities, de aspiraties, de doelstellingen die de klant voor een bepaalde periode heeft. Zijn er nog kinderen die moeten studeren? Zijn er plannen voor een verbouwing van het huis? Hoe ver staat het met de planning van de oude dag? Dat soort dingen.”
“Dan kom je tot een veel preciezer beeld. Pas dan kan je een plan opstellen. Pas dan weet je op welke manier je te werk moet gaan om de gemoedsrust te verzekeren van de klant.”
Gemoedsrust? Is dat de doelstelling?
Marc L. Gedopt: “Een vermogen, of het nu klein is of groot, mag geen bron van ergernis of frustratie zijn. Je mag er je nachtrust niet voor laten. Dat vind ik een belangrijk uitgangspunt.” “En dan kom ik graag even terug op de golfbewegingen van de financiële markten, waarover Emiel het zonet had. Een goed financieel plan zorgt er niet voor dat die golfbewegingen niet bestaan – dat kan het namelijk niet. Maar een goed plan houdt wel rekening met de volatiliteit van de markt. Het zorgt ervoor dat je als klant niet verplicht bent, bijvoorbeeld omwille van consumptieve behoeften, om te verkopen op een dieptepunt van de markt.”
Vat ik goed samen: in periodes van crisis komt het belang van een goede planning het scherpst tot uiting?
Van Broekhoven: “Absoluut. Uitgerekend in een financieel-economische crisis blijkt het belang van de basisprincipes van het beleggen.”
Gedopt: “Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat obligaties in individuele lijnen beheerd moeten worden en dat het risico daarvan beperkt moet blijven. Individuele lijnen, dat wil zeggen: geen obligatiefondsen, want die hebben zelden een echte toegevoegde waarde voor de klant.” “Aandelen kies je dan weer zoals Emiel het al honderden keren beschreven heeft: volgens de principes van het value beleggen. Je kiest ondernemingen met een duidelijke strategie, een excellent en stabiel management, een sterke marktpositie, een aanvaardbare schuldgraad.”
Stremersch: “Maar nog belangrijker is de keuze van de man of vrouw die het ‘echte’ werk voor je zal doen: je vermogensbeheerder. Die zal moeten aantonen dat hij de capaciteit in huis heeft om de ondernemingen waarin hij zijn klanten laat beleggen, goed opvolgt en dat hij met kennis van zaken een oordeel kan vormen, op basis van correcte en objectieve criteria.”
De klant maakt dus zelf de selectie, of hij laat dat over aan de vermogensbeheerder. Wat is dan de rol van de financiële planner?
Stremersch: “Wij maken het plan op en we begeleiden de klant bij de keuze van de vermogensbeheerder. Wij stellen samen met hem het beheersmandaat op, we onderhandelen over de kosten. En daar stopt het voor ons. Wij verkopen zelf geen beleggingsproducten, geen verzekeringsproducten. Wij hebben geen commissies op de producten die de klant uiteindelijk in portefeuille neemt.”
Van Broekhoven: “Dat is onze invulling van het begrip ‘persoonlijke financiële planning’. Maar, helaas voor de klant, niet iedereen op de markt ziet het op dezelfde manier. De term is een vlag geworden die vele ladingen dekt. Dat zien wij ook op de markt: in vele gevallen wordt financiële planning aangeboden als een dekmantel, een voorwendsel om de klant een aantal producten te verkopen: vastgoed, bijvoorbeeld, en verzekeringsproducten. Dat doen wij niet. Wij zien een strikte scheiding tussen de opdracht van de planner, en de verkoop van beleggingsproducten.”
Jullie pleiten voor ‘onafhankelijk advies’.
Gedopt: “Inderdaad. En onafhankelijk is een binair begrip. Je bent het of je bent het niet. Je kan ook niet een beetje zwanger zijn. Ofwel beperk je je tot het opmaken van de planning en de begeleiding tot bij de vermogensbeheerder – en dan ben je een onafhankelijke adviseur. Ofwel verkoop je ook producten, krijg je een commissie op een vastgoedtransactie of word je betaald voor het aanbrengen van een klant – en dan ben je niet onafhankelijk meer. Want dan dien je niet uitsluitend nog de belangen van de klant, maar ook die van de verkoper.”
Van Broekhoven: “En van die tweede groep zijn er toch wel veel op de markt. Ik kijk met gefronste wenkbrauwen naar de enorme rendabiliteit die sommige zogenaamde financiële planners afficheren.”
Heel concreet, en bondig: wat houdt onafhankelijke advies dan in?
Stremersch: “Persoonlijke financiële planning, zoals wij dat zien, gaat uitsluitend over het begeleiden van mensen naar een correct inzicht en een goed begrip van hun integrale financiële situatie, niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst – zeg maar: bij hun pensioen. En daarbij komen alle aspecten aan bod: beleggen, successie, fiscaliteit, verzekeringen.”
Van Broekhoven: “Essentieel voor ons is dat alleen het belang van de klant daarbij een rol speelt.”
En wie is die klant?
Gedopt: “Vaak zijn het ondernemers. Dat wil zeggen dat de problematiek vaak heel uitgebreid is. Hebben ze voor hun onderneming(en) wel de juiste vennootschapsstructuren gekozen? Hoe kunnen ze fiscaalvriendelijk opbrengsten uit hun activiteiten innen? Hoe kunnen ze de overdracht van hun onderneming structureren? Dat zijn thema’s die je niet met een standaardmodelletje van financiële planning aan kan. Dat vereist maatwerk, van specialisten die de materie goed kennen.”
Stremersch: “Ondernemers zijn een belangrijke klantengroep, maar ook kaderleden vormen een groot deel van ons publiek. Heel wat grote bedrijven sluiten met ons een samenwerkingsakkoord om voor hun kaderleden een financiële planning uit te werken. Voor ons is dat een erkenning waar we trots op zijn, want het gaat om bedrijven met klinkende namen (zoals Janssen Pharmaceutica, Siemens, Belgacom, Unilever, Umicore) die grondig de methodologie testen en die totale onafhankelijkheid van de financiële planner eisen. Blijkbaar vinden ze dat alleen bij ons.”
Met drie aan tafel
Drie zwaargewichten in persoonlijke financiële planning namen deel aan dit vraaggesprek. Alle drie zijn ze partner bij Stremersch, Van Broekhoven & Partners.
Professor Emiel Van Broekhoven staat bekend als de man die persoonlijke financiële planning in Vlaanderen op de kaart zette. Hij heeft een lang parcours doorheen de financiële wereld (bestuurder van de GIMV, van de Controledienst der Verzekeringen, van de Belgische Vereniging van Pensioenfondsen) en zette recent, na de massale overheidsinjecties, als vertegenwoordiger van de overheid ook stappen in de bankwereld (voorzitter Fortis Bank). Professor Van Broekhoven lag mee aan de basis van de wet op het pensioensparen. Hij is auteur van verschillende boeken rond persoonlijke financiële planning.
Jo Stremersch heeft al meer dan tweeduizend privé-personen geadviseerd bij de opmaak van hun persoonlijk financieel plan. Jo is docent en programmaleider van de opleidingstrajecten Masterclass en Advisor Personal Financial Planning voor de Foundation of Financial & Estate Planning, hij is dagelijks bestuurder van Belgische afdeling van de €uropese Federatie van Financiële Planners (€FPA). Hij is mede-auteur van heel wat boeken over het thema. Het grote publiek kent hem wellicht best van zijn columns rond Financiële Planning in De Standaard.
Marc L. Gedopt komt uit de bankwereld. Hij leerde het vak bij Citibank, stapte een kwarteeuw geleden in de directie van de toenmalige Generale Bank. Vele jaren was hij directeur generaal, bevoegd voor de regio Oost-Vlaanderen en Antwerpen, later voorzitter van Generale Bank Nederland. Hij was vervolgens jarenlang voorzitter van de Nederlandse financiële groep NIB Capital, en later bestuurder en CFO bij Agfa-Gevaert. Sinds 2008 is hij partner van SVB.
01 juni 2009

