Nieuws
Dienstengeneratie
Bron: De Standaard, 14 december 2009
Auteur: Jo Stremersch
Een aantal jaar geleden woonde ik in Denver een conferentie bij waar een door de wol geverfde marketingspecialist uiteenzette waarom de diensteneconomie een geweldige boom te wachten stond. De vorige generatie -'de oud-strijders' genaamd omdat ze één van de twee grote wereldoorlogen nog bewust hadden meegemaakt- functioneerde helemaal anders dan de babyboomgeneratie.
Als er iets stuk was in huis repareerden ze dat zo veel mogelijk zelf, zij maaiden zelf hun gras en waren op alle vlakken meer zorgzaam en zelfredzaam. De babyboomers, gestrest omdat ze geen tijd hebben, besteden dergelijke rotklusjes veel liever uit. Ze zijn zelfs bereid er (flink) voor te betalen. En laat nu het beheer van een beleggingsportefeuille net ook één van die vervelende klusjes zijn.
Veel private bankers zouden geschokt zijn als ze gelijkgesteld werden met loodgieters, klusjesmannen of tuinpersoneel. Nochtans leveren ook zij slechts een dienst die door anderen als oersaai wordt ingeschat. Net zo vervelend als een lamp vervangen of het huis poetsen. Alleen zij bekijken dat anders. Zij denken over een geestelijke dimensie te beschikken die veel van hun klanten ontberen. Namelijk vanuit een onderbouwde visie het vermogen van hun klanten zo optimaal en stabiel mogelijk laten aangroeien. En zich daarvoor ruimschoots laten vergoeden.
Pijnlijk is het dan om vast te stellen dat het aangemeten aureool van geestelijk suprematie eigenlijk voor een groot stuk uit gebakken lucht bestaat. Dat de prijs van die zogenaamde dienstverlening vermogensbeheer absurd hoog is in verhouding tot wat je ervoor krijgt. Als je -ook vandaag nog na de ontmaskering door de financieel economische crisis- bepaalde private bankers hun klanten, niet gehinderd door enige vorm van schroom, dubieuze producten hoort aanprijzen, overvalt je toch een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Als je merkt dat sommige private bankers nog steeds een ondoorzichtig waas ophangen rond hun kostenstructuur, dan besef je dat de loutering nog niet ten volle heeft plaatsgevonden. Als de taak van een private banker er nog steeds in bestaat om alle klanten in portefeuille op te bellen om de laatste emissie van een obligatielening zo snel mogelijk te plaatsen, ongeacht de vraag of dat wel een geschikte keuze is in het totaal plaatje van diens portefeuille, waar zit dan nog de toegevoegde waarde? Waarom zou je iemand aanstellen om te adviseren over de optimale inrichting van je portefeuille als hij in eerste plaats zichzelf en zijn instelling dient? Zijn we dan niet allemaal een stuk slachtoffer van onze overtuiging dat we 'vervelende' klusjes het best uitbesteden?
Of trappen we allemaal in de marketingval die reeds jaren voor ons gespannen wordt. Die ons overtuigt om vooral bezig te zijn met de dingen die ons boeien en alle andere zaken uit te besteden. Lopen we niet het gevaar om geestelijk lui te worden en te goedgelovig? Moeten we niet opnieuw zelf de handen uit de mouwen steken en kritisch zijn voor elkeen die zijn diensten aanprijst? Of de toegevoegde waarde van die diensten eerst goed proberen in te schatten? Daag ze eens uit om aan te tonen dat ze hun geld waard zijn, dat ze echt een portefeuille op jouw maat uittekenen. En niet een of ander afkooksel van een modelportefeuille aanbieden. Dat ze eens verduidelijken wat ze nog aan commissies ontvangen op de producten die ze aanprijzen. Beslis pas daarna of je het nog de moeite waard vindt om met hen (nog verder) in zee te gaan.
14 december 2009

