Nieuws
De sandwichgeneratie
Bron: De Standaard, 11 mei 2009
Martine (54) heeft het als alleenstaande moeder met een 20-jarige studerende dochter niet gemakkelijk. Ondanks het feit dat ze een goede baan heeft en gerespecteerd wordt in haar werk, ziet ze het soms niet te best zitten. De ouders van Martine zijn beiden nog in leven, maar vergen steeds meer zorgen. Haar moeder (83) is slecht ter been sinds haar heupoperatie van vorig jaar en bij haar vader (86) is twee maanden geleden dementie vastgesteld. Beide ouders willen evenwel zo lang als mogelijk samenblijven en zelfstandig blijven wonen.
Dat vraagt van Martine heel wat inspanningen en zorgen. Zo maakt ze eens per week met haar vader zijn wekelijkse wandeling langs de vijver waaraan hij zo gehecht is. Dat betekent wel dat zij die dag stipt op tijd vader moet oppikken, want hij zit al een kwartier van tevoren haar op te wachten. Ook doet ze de was en de strijk, om moeder grotendeels te ontlasten. Op haar broer, een druk bezette jurist, hoeft ze niet al te rekenen. Die zal zijn ouders eens per maand wel komen bezoeken, maar hij heeft weinig oor voor de dagdagelijkse problematiek. Hij vindt dan ook dat Martine ich onterecht bezorgd is.
Meer en meer vraagt Martine zich af hoe het de volgende jaren verder moet. Enerzijds vergt het fysiek veel van haar om constant in de weer te zijn en te zorgen voor haar ouders. Anderzijds maakt ze zich (on)terecht zorgen over de inspanningen die haar dochter zich getroost om dit jaar zonder de stress van een tweede zittijd de zomermaanden door te brengen. Ook de kosten voor de verzorging van haar ouders zetten tot nadenken aan. Een groot deel is wel terugbetaald en haar ouders hebben een hospitalisatieverzekering. Maar die voorziet enkel in een dekking voor ziekenhuisopname en dan nog geplafonneerd. De bijkomende kosten voor verzorging en medicijnen die niet terugbetaalbaar zijn, nemen een steeds hogere hap weg uit het budget van haar ouders. Ze hebben wel wat spaargeld opzijgezet. Gelukkig maar, want op basis van het zelfstandigenpensioen van vader zijn de inkomsten eerder beperkt.
En wat als de dagelijkse verzorging meer inspanningen vergt? Het idee van thuiszorg boezemt haar wel wat schrik in. Zal zij loopbaanonderbreking nemen? Hoe zal haar werkgever daarop reageren, nu het in de sector ten gevolge van de crisis moeilijk gaat? Zal zij dat wel aankunnen om voor haar ouders te zorgen, zowel fysiek als mentaal? Moet zij bijkomende hulp inschakelen, maar wie zal dat betalen? Een goede regeling vastleggen over de financiële afspraken met haar broer is wellicht wat haar nog het meest schrik inboezemt. Als het over financiële aangelegenheden gaat, is hij zo onredelijk vrekkig en betweterig dat het na een kwartier meestal in grote discussie eindigt. Met als gevolg dat zij dan uit eigen zak bijpast.
Maar Martine rekent ook even door wat dat later voor haar zal betekenen. Zal haar dochter Veerle het ook kunnen opbrengen om voor haar te zorgen over twintig jaar als zij eventueel zorgbehoevend wordt? Martine heeft wel een hospitalisatiepolis voor zichzelf afgesloten, maar in weerwil van de wet-Verwilghen van twee jaar geleden stijgen de premies de laatste tijd fors. Die wet beoogde de toename van premiekosten in de hospitalisatieverzekeringen een halt toe te roepen. De wet voorzag in een overgangsperiode van twee jaar en treedt vanaf 1 juli 2009 in voege. Sinds 2007 zijn de premies bij de meeste maatschappijen desondanks fors toegenomen. Met de bijkomende kosten voor de studie van Veerle, de verzorgingskosten voor haar ouders en de onzekerheid inzake haar baan ziet Martine, ondanks een leven van hard werken en sparen, haar eigen pensioentoekomst toch enigszins somber tegemoet. Zowel inzake levenskwaliteit als inzake persoonlijke financiën.
11 mei 2009

