Nieuws
De economie sputtert, de beurs zit op rozen. Voor wanneer de volgende crash?
Nieuwsbrief november 2009
Het wordt nu elke dag uitgebazuind dat de economie beter draait. Bedrijfsleiders willen dat niet bepaald geloven...
De CEO van een belangrijke internationale onderneming zag alleen een technisch herstel wegens voorraadaanvulling. Maar de basisafzet bij hem ligt nog steeds 10% lager dan twee jaar geleden. Het volume verladingen in de Antwerpse haven lag over de eerste 9 maanden van 2009 nog steeds 20% lager dan één jaar geleden.
Maar de stemming op de beurzen is zeker verbeterd. Dat is het gevolg van de reeks intrestverlagingen van de Westerse centrale banken. Dat centrale bankiers door geldcreatie via lage intrestvoeten een euforisch gevoel kunnen creëren is te weinig bekend. Chinese aandelen, goud, zowel als de olieprijzen en andere grondstoffen zijn weer aan het stijgen. Maar ze zijn nog lang niet terug in bubbelgebied! Sommige centrale banken kopen weer goud. Private equity en hedge funds worden weer aangeprezen. Ze maken zeer stevige winsten op financiële speculaties, alhoewel ze hun kredietmultiplicator flink hebben moeten verlagen. Met de aankondiging van Mr. Bernanke dat de intrestvoeten in de Verenigde Staten nog voor lange tijd zeer laag zullen blijven, valt er in de financiële sector weer geld te verdienen, mede dank aan de goedkoper wordende dollar.
Wie zich bij de centrale bank kan bevoorraden is nu tevreden. Het bedrijfsleven en particulieren vinden de marges die de banken nemen echter wraakroepend. Ook ongelukkig zijn de verzekeraars die hoge vaste intrestvoeten moeten blijven garanderen. Renteniers die moeten leven van hun renten zijn helemaal niet opgetogen. Op termijn verwacht men meer inflatie, maar de rente daalt. Ook het sparend publiek vindt het maar niks. Spaarboekjes, verzekeringsbons, kasbons en termijnrekeningen brengen bijzonder weinig op. Dan maar liever wat meer risico nemen en intekenen op de lening van UCB, of een gokje wagen met aandelen.
Crisissen kunnen zowel veroorzaakt worden door overals door onderconsumptie. Als een te groot deel van het Nationaal Inkomen wordt geconsumeerd, moet je die overconsumptie bestrijden met hoge intrestvoeten die het sparen aanwakkeren. De in Amerika ontstane crisis is er duidelijk een van overconsumptie, die samenhangt met excessieve schuldvorming. Die bestrijden door extra geldcreatie is olie op het vuur gooien.
Ligt daarentegen de vraag plat, en wordt een te klein deel van het Nationaal Inkomen geconsumeerd, dan moet je de investeringen aanmoedigen om de onderconsumptie te bestrijden. Bijvoorbeeld door een versnelde politiek van nuttige infrastructuurwerken. Of je de reële investeringen kunt stimuleren door massale geldcreatie door de Centrale Bank blijft altijd de vraag.
De beurscrash van 1929 wordt meestal niet als de oorzaak van de lange economische wereldcrisis van 1929 tot 1940 gezien. Aan de beurscrash gingen protectionistische maatregelen van de Verenigde Staten vooraf, alsook een sterk expansief monetair beleid aldaar.
Engeland kon de leiding van de wereldeconomie niet meer zoals voorheen op zich nemen en de Verenigde Staten wilden dat niet. Tot na de tweede wereldoorlog. Wat vanaf 1925 in de Verenigde Staten begonnen was als een euforische overconsumptiecrisis, werd bestreden met een los geld politiek en was enkele jaren later tegen 1936 ontaard in een grote depressie met grote veralgemeende armoede. Tegen die tijd kon een politiek van openbare werken misschien helpen. Dit toont aan dat grote crisissen lang kunnen aanslepen en van gedaante veranderen.
De huidige Amerikaanse crisis is in de eerste plaats een overconsumptiecrisis. Er is jarenlang teveel consumentenkrediet verleend, de consumptiequote van het Nationaal Inkomen was tot een onhoudbaar hoog niveau gestegen. Om dat terug te brengen naar normale relaties, is het noodzakelijk het sparen te stimuleren door de intrestvoeten te verhogen. Die idee was bij Mr. Greenspan echter taboe. Men moet kortere recessies kunnen verdragen om langer aanslepende crisissen zoals die van 1929-1940 en van 1973-1983 te voorkomen.
Te lage intrestvoeten ontmoedigen ten eerste het sparen. En ten tweede stimuleren ze vooral verkeerde investeringen. Wanneer de centrale bank de intrestvoeten naar beneden drijft door meer geld in omloop te brengen, wordt vooral geld voor korte termijn beleggingen, zoals voorraadinvesteringen, ter beschikking gesteld. Maar daar is niet veel vraag naar. De banken zien trouwens met argusogen de risico’s van kredieten aan bedrijven en particulieren toenemen.
Bedrijven met significante investeringsprojecten die zich noodzakelijkerwijze over vele jaren uitstrekken, hebben kredieten met verschillende eigenschappen nodig, middellange en lange termijnkredieten naast risicodragend kapitaal voor de eigen middelen van hun projecten.
Het korte termijngeld dat een centrale bank verschaft zal vooral te pas komen van speculanten en korte termijn investeerders, dat wil zeggen voor financiële transacties en speculaties.
Voor wanneer de volgende afgang?
Nuriel Rubini sprak recent over het barsten van de volgende bubbel. Inderdaad gaan stierenmarkten niet dood van ouderdom, maar ze worden meestal afgeslacht wanneer de centrale banken de korte intrestvoet weer verhogen. Maar zover zijn we op dit ogenblik nog niet. Olie, goud, grondstoffen, aandelen hangen nog in een tussengebied. De beurs zit nog op rozen. De grootste monetaire expansie uit de recente geschiedenis blijft nog steeds aanduren.
Kijk maar naar de onderstaande grafiek met het verschil tussen de 10-jarige en de 2-jarige rendementen op Amerikaanse overheidsobligaties. Het verschil neemt nog steeds toe, wat wijst op voortzetting van de huidige los geld politiek zoals in 1992-1993 en in 2002-2003. Te oordelen naar het verleden moeten we onze beleggingshorizon verkorten wanneer dat verschil terug naar nul gaat. En als het verleden een gids is kan die (geleidelijke) evolutie best twee jaar of langer in beslag nemen.

Van sommige centrale bankiers, zoals van Mr. Trichet begint men nu te verwachten dat ze de rente een beetje gaan verhogen. Hoe vlug en diepgaand het marktsentiment en de liquiditeit daardoor geraakt zullen worden blijft de open vraag.
Maar misschien wordt het deze keer wel anders?
Door Emiel Van Broekhoven
12 november 2009

