Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

De deflatie-tendens

De deflatie-tendens

Bron: De Standaard, 13 juli 2009
Auteur: Emiel Van Broekhoven

'Het blijft hoe dan ook koffiedik kijken (...) vast staat dat de crisis niet voorbij is (...) de kans op een depressie is nog altijd reëel', aldus Guy Verhofstadt in De weg uit de crisis, dat meer weg heeft van een economisch traktaat dan van een verkiezingspamflet. 

Sterke en onverwachte inkrimpingen van de vraag, zoals België in het voorbije jaar beleefd heeft, kunnen aanleiding geven tot deflatie. De prijzen stagneren, en ook sterke bedrijven kunnen hun prijzen niet handhaven. De negatieve effecten van een deflatie kunnen de weg openen naar een depressie. Ondernemers en gezinnen streven normaal naar een gezonde verhouding tussen activa en schulden. Wie leent zal aan de bank een borg moeten verschaffen, meestal een vastgoed of papierwaarden. Bij een deflatie, dus bij een veralgemeende prijsdaling, daalt de waarde van de borg. Op een totaal ongeschikt moment zal de bank bij diegenen die wat meer ondernemend zijn, extra marge komen opvragen. De resulterende maatregelen van de bedrijfsleider of het gezinshoofd leiden onvermijdelijk naar een neerwaartse druk op de prijzen, wegens de gedwongen verkopen. De deflatiespiraal wordt zeer vlug een zelfvoedend mechanisme, dat leidt tot faillissementen. Tijdens zo'n proces moeten de banken verliezen afboeken, nemen ze grotere marges op hun leningen en staan ze spaarzamer krediet toe.

De prijsdalingen doen de reële lonen stijgen. Met een wegvallende verkoop en stijgende kosten reduceren de bedrijven de tewerkstelling. De gezinnen geven dan minder uit, zodat de neerwaartse druk op de prijzen toeneemt.

De centrale banken voeren nu een beleid van intrestverlagingen, en de overheden aanvaarden grotere deficits. Maar het is bekend dat steeds lagere niveaus van intrestvoeten de vraag niet meer stimuleren. Als de gezinnen prijsdalingen verwachten, stellen ze hun aankoopbeslissing uit naar later. Dus valt de vraag verder weg, wat de deflatoire spiraal verder bevestigt.

Maar hoever staat het met de deflatiedreiging? In het voortreffelijke tijdschrift Conjoncture van BNP Paribas onderzocht Clemente de Lucia de voornaamste deflatie-indicatoren. In eerste instantie zijn de afnemende inflatie-ervaring in België en Europa een voorlopende indicator van de deflatie. Ook de sterkte van de euro is toegenomen, wat leidt tot meer kans op deflatie in de eurozone.

Dalende prijzen van vaste activa, in het bijzonder vastgoed, leiden tot een inkrimping van het gezinsvermogen, zodat consumenten nieuwe aankopen uitstellen. Op dat gebied is het alarmpeil in België wellicht nog niet bereikt, alhoewel de huizenprijzen veeleer stagneren en de omzetten zeker vertragen. In Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje is het alarmpeil wel bereikt.

Wat aandelen betreft, is de Eurostoxx50 nog steeds 45 procent lager dan een jaar en half geleden. De trage geldgroei en kredietverlening in Europa zijn niet alleen een reflectie van het feit dat financiële instellingen terugschrikken van de teruglopende kwaliteit bij hun kredietafnemers, maar ook het gevolg van aanbodrestricties bij de kredietinstellingen die bezorgd zijn over de samenstelling van hun balans. Tot slot is er ook het activiteitsniveau, dat op dit moment bijzonder laag is. Het kan dan ook geen verwondering wekken dat de gevoeligheidsindex voor deflatie die door BNP Paribas wordt opgesteld voor de eurozone, stijgend is, alhoewel hij kleiner blijft dan in de Verenigde Staten. Op beleggingsgebied betekent deze deflatietendens dat men geïnteresseerd is in langetermijnstaatsobligaties, dat men schuld wil afbouwen en bijzonder selectief is op het vlak van aandelenaankopen. Maar dat is vandaag niet de enige waarheid. Daarover volgende keer meer.

13 juli 2009