Haverstraat 1, B-2000 Antwerpen
T. +32 (0)3 205 10 20
F. +32 (0)3 205 10 22

Nieuws

Beter dan de index

Bron: De Standaard, 22 maart 2010
Auteur: Emiel Van Broekhoven

Via radio en tv horen we elke dag hoe de Dow Jones, de index van de dertig grootste Amerikaanse bedrijven (afgekort DJ), of de S&P500 (de index van de 500 grootste Amerikaanse ondernemingen, samengesteld door het research and ratingbureau Standard & Poor's), en niet te vergeten de Bel20 (de index van de 20 grootste Belgische bedrijven) en de Eurostoxx 50 (de index van de 50 grootste Europese ondernemingen) gepresteerd hebben. Deze indexen geven een beknopt beeld van de grote beursbewegingen van de dag. Ze worden vanzelfsprekend als een vergelijkingspunt, of 'benchmark', naar voren geschoven bij de beoordeling van de beursontwikkeling.

De aanbieders van beleggingsfondsen spelen daar op in, in zoverre dat het een verplichting geworden is om voor elk beleggingsfonds te stellen met welke index men het beleggingsresultaat moet vergelijken.

Bij academici en beleggingsexperten leidt de vraag of men beter kan doen dan dergelijke brede beursindex, of 'de markt', tot heftige discussies. Aanhangers van de 'efficiënte markthypothese' bijvoorbeeld stellen voorop dat men feitelijk niet blijvend beter kan doen dan de index. Zij stellen dat alle bestaande informatie over de genoteerde bedrijven aan alle beurspartijen bekend is, die daar allemaal op inspelen. Uit het doorlopend loof- en biedproces van veel handelaren op de beurzen ontstaat een prijs die alle bestaande info verwerkt. Die prijs belandt in de index. Aangezien zowel de marketing van de beurstitels en fondsen aan de houders als de beurshandel belangrijke kosten veroorzaken, kunnen alle actieve managers als een groep niet anders dan hetzelfde resultaat neer te zetten als de markt, minus de kosten. Deze redenering - waarvan de logica vooral academici enorm aanspreekt - leidt tot de onvermijdelijke conclusie dan een gewone beleggende huisvader niets beters kan doen dan de index aankopen, via een beleggingsinstrument met zo weinig mogelijk kosten. Via index-beleggingsinstrumenten zoals 'trackers', tegenwoordig ook 'Exchange Traded Funds' of E.T.F.'s geheten, kan men tegen 30 basispunten of minder dergelijke beursindexen aankopen.

Er zijn echter ten minste twee strategieën die bewezen hebben dat ze deze gemiddelde beursresultaten gevoelig overtreffen. De eerste is de methode van 'value'-beleggen, ontwikkeld door Benjamin Graham en nog bekender geworden door zijn discipelen, onder wie Warren Buffett, maar ook Tweedy Brown en vele anderen. Buffett vergelijkt zijn jaarlijkse resultaten met die van de S&P500 en over 44 jaar ligt zijn gemiddeld resultaat rond de 20% jaarlijks, versus de S&P500 10% jaarlijks. Men kan dit verschil beter als volgt verduidelijken: één dollar die men 44 jaar geleden in de S&P500 belegde, is er nu 66 waard, één dollar die men even lang geleden bij Buffett belegde, is er nu 3.048 waard. Elk jaar één dollar storten leidt respectievelijk tot 784 dollar en 21.328 dollar eindwaarde. Zeldzaam zijn de jaren dat Buffett voor de S&P onderdoet. En de schommeling in waarde over de jaren heen is bij Buffett dan nog kleiner gebleken. Wij kennen mensen die nog altijd beweren dat Buffett puur geluk heeft gehad, maar dat is zo'n beetje als blijven beweren dat Real Madrid alleen door puur geluk bovenaan blijft staan in de Spaanse voetbalcompetitie. Een andere beleggingsstrategie die over zeer veel jaren een 3% beter is gebleken dan de index, is de methode van 'value beleggen met aandelen van kleinere bedrijven', die ook aanbevolen en onderwezen wordt door de Vlaamse Federatie van Beleggers. Je doet over een levensloop 3,3 keer beter dan de bovengenoemde 66 euro. Minder spectaculair, maar doenbaar voor de gewone belegger.

22 maart 2010