Nieuws
Andere maatregelen
SVBP Nieuwsflash
De formateursnota van Elio Di Rupo somt ook nog een aantal andere maatregelen op.
- De notionele intrestaftrek wordt ‘geoptimaliseerd.’ Hiertoe wordt het huidige reële tarief van 3,425 procent verminderd naar 3 procent. Daarbij worden de verplichte eigen middelen voor alle ondernemingen uitgesloten. We veronderstellen dat het hier gaat om de wettelijke reserves (10 procent van het geplaatst kapitaal) die voor de berekening niet meer worden bijgeteld. Voorts schaft de overheid de huidige mogelijkheid af om de nog niet afgetrokken notionele intresten in de tijd (naar één van de volgende zeven jaren) uit te stellen. De aftrek mag dus niet meer worden overgedragen naar een ander jaar. De KMO’s behouden een vermeerdering met 0,5 procent van de referentievoet.
- Positief is de terugkeer van de investeringsaftrek voor onze KMO’s. Ironisch genoeg is precies deze aftrek geschrapt toen de notionele intrestaftrek werd ingevoerd.
- Bedrijfswagens worden meer belast: er is een aanpassing van het voordeel in natura in functie van de CO2-uitstoot en de waarde van het voertuig. Lees: zware bedrijfswagens betalen meer belasting.
- Er komt een speciale taks op vliegtuigtickets in eerste klas en business class.
- De sociale bijdragen voor een zelfstandige stijgen. De nota Di Rupo wil een verhoging van het inkomensplafond dat als basis wordt genomen voor de berekening van de sociale bijdrage. Het plafond van het bedrag waarop de sociale bijdrage wordt berekend wordt van ongeveer 77.000 euro opgetrokken tot 100.000 euro/jaar. Dit moet leiden tot meer solidariteit onder zelfstandigen. Die stijging zorgt er wel voor dat bij de hoogste verdieners onder de zelfstandigen de extra last van hun sociale bijdrage kan oplopen tot 30 procent! Voor deze categorie zelfstandigen wordt het dan ook belangrijk om grondig te onderzoeken of er geen betere alternatieven bestaan, bijvoorbeeld de oprichting van een vennootschap.
- De nota Di Rupo streeft ook naar een veralgemening van de 2de pensioenpijler (= het beroepsmatig opgebouwd aanvullend pensioen). Het doel van de tussenkomst van de staat in de 2de en de 3de pijlers (de aanvullende particuliere pensioenen, respectievelijk beroepsmatig en persoonlijk) is om voldoende aanvulling te verzekeren bij het wettelijk pensioen (de 1ste pensioenpijler). Personen die momenteel een hoog inkomen en dus een hoger pensioen hebben, kunnen ook een grotere 2de pensioenpijler opbouwen. De stortingen om een 2de pijler op te bouwen, worden momenteel beperkt: het wettelijke en aanvullende pensioen mogen samen niet meer dan 80 procent van het bruto-inkomen van het laatste loopbaanjaar overschrijden. Om de fiscale voordelen gelinkt aan de 2de pijler beter toe te spitsen, wordt het laatste inkomen dat in rekening wordt gebracht voor het fiscale voordeel geplafonneerd tot 82.500 euro. De fiscale behandeling van de 2de pijler mag ook niet aanzetten tot vervroegd pensioen. De belastingvoeten van de 2de pijler, opgebouwd op basis van de werkgeversbijdragen, zullen op deze manier herzien worden: 20 procent op 60 jaar, 18 procent op 61 jaar, 16,5 procent op 62 tot 64 jaar en 10 procent op 65 jaar. Bovendien zullen de belastingsverminderingen op de 2de en de 3de pijler, die momenteel berekend worden op basis van een bijzondere gemiddelde aanslagvoet, voortaan op basis van een percentage van 30 procent voor alle belastingplichtigen berekend worden, ongeacht wat hun inkomen bedraagt. Wanneer dat alles wet wordt, zal het herbekijken van de persoonlijke pensioenplanning zich opdringen. Stremersch, Van Broekhoven & Partners beschikt over de nodige modellen die voor u kunnen worden uitgewerkt.
- Nog een kleine uitsmijter: het beste voorbeeld dat de Belgische staat wispelturig en eenzijdig de regels wijzigt, is de aangekondigde afbouw van de succesvolle dienstencheques. Het fiscaal voordeel van deze cheques wordt afgeschaft en de prijs zal afhangen van de aangekochte hoeveelheid cheques. Opvallend is dat Di Rupo de afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid van de dienstcheques onderbrengt in de post uitgavenbeperking (de 37 procent die de staat bespaart), maar is dit niet veleer een belastingverhoging? En wat met de vele jobs die er dankzij het ‘witte’ circuit van de dienstencheques bijkwamen? Zijn deze nu niet in gevaar?
- Tot slot verwacht de staat opnieuw veel van de strijd tegen fiscale fraude. Met de nu aangekondigde vermogensbelasting valt het echter te bezien of die aanpak niet contraproductief zal zijn.
19 juli 2011

